Mw. Colée-Zorgdrager

Nu ik een hoorapparaat heb, ben ik een blijer mens!

‘Mijn halve leven ben ik al doof aan mijn linker oor. De KNO arts zei in 1980 dat er niets aan te doen was behalve opereren. Omdat succes niet was verzekerd en ik nare verhalen had gehoord, heb ik niets gedaan. Je past je aan, je gaat recht voor iemand zitten of vraagt of ze aan de goede kant willen gaan zitten. Vorig jaar liet ik mijn oor uitspuiten, maar omdat dat geen verbetering gaf, ben ik opnieuw naar de KNO arts gegaan. De CT-scan gaf geen duidelijk bewijs voor verkalking en na overleg gaf de KNO arts mij 3 mogelijkheden: niets doen, opereren of een hoortoestel. Voor dat laatste heb ik gekozen. Na een tip van mijn zus was ik al bij Boddeüs voor mijn ogen en wilde ik hier ook heen voor mijn hoortoestel. Als iets goed bevalt, heb je er vertrouwen in dat het goed komt.

En nu dan? Ik ben alleen maar positief! Na twee hoortoestellen op proef heb ik een eigen hoortoestel met een op maat gemaakt oorstukje. Met de afstandsbediening kan ik zelf het geluid regelen, maar dat is eigenlijk nooit nodig. Het hoortoestel heeft voor mij zoveel voordelen: ik kan weer meedoen, genieten van geluiden, zingen, gesprekken voeren en contacten leggen, hoe fijn is dat! Als je doof bent, leef je als het ware in een bubbel, het werd steeds stiller om me heen. Martin Dijkstra, mijn audicien, schakelde laatst onverwachts het hoortoestel even uit met de woorden “Zo was jouw leefwereldje”. Ik wist niet wat me over kwam, zo’n akelig gevoel in mijn hoofd. Toen besefte ik dat je echt anders in de wereld staat als je doof bent. Ik ben een blijer en ander mens geworden met mijn hoortoestel.’